Deze miniatuur, gedateerd aan het einde van de 18de eeuw en stilistisch verwant aan het Directoire, verenigt ovale en ronde composities met een profiel naar antiek voorbeeld en allegorische voorstellingen, kenmerkend voor de werkwijze van Piat-Joseph Sauvage (1744-1818). Deze Doornikse schilder, opgeleid aan de Koninklijke Academie van Antwerpen en later werkzaam voor koning Lodewijk XVI en het hof van de Oostenrijkse Nederlanden, onderscheidde zich door zijn beheersing van het trompe-l'œil. De geschilderde elementen zijn onder glas op een ondergrond van rood fluweel geplaatst, gevat in een ronde bakelieten behuizing met een diameter van 11 cm en een hoogte van 3 cm.