Augustus 2026
Art deco: de echte kenmerken herkennen
Geometrie, exotische houtsoorten en metaal: wat 1925 onderscheidt van pastiche uit de jaren 1980.
Art deco ontstaat uit een weigering: die van de plantaardige curven van de art nouveau. Lijnen worden recht, volumes vol, symmetrie krijgt haar rechten terug. Het effect komt van het materiaal, niet van het ornament.
De gebruikte houtsoorten zijn kostbaar: macassar, palissander, amboinawortel, vaak als spiegelend fineer dat de natuurlijke tekening benut. Een meubel uit 1925 is zwaar, met scherpe hoeken en stevige deuren.
Metaal duikt overal op — nikkel, chroom, messing — in biezen, schoenen en grepen. Dat is een betrouwbaar kenmerk: latere pastiches gebruiken het minder precies en bevestigen het vaak met zichtbare schroeven.
België heeft bovendien een eigen artdecolijn, soberder dan de Parijse, gevormd door Brusselse interieurs uit de jaren 1930 en een zeer beheerst gebruik van marmer.

