September 2026

Brutalistisch meubilair: een smaak die terugkeert

Massieve eik, gelast metaal, ruwe vormen: wat het woord "brutalistisch" echt dekt.

Het woord komt uit de architectuur — het ruwe beton van Le Corbusier — maar in het meubilair betekent het iets anders: een geheel van stukken gemaakt tussen 1955 en 1980 in België, Frankrijk en Nederland, waarin het materiaal niet langer verborgen wordt.

Concreet herken je een brutalistisch stuk aan drie dingen: een aanvaarde massa, meestal massieve eik of olm; zichtbaar werk — guts, schroeisporen, lasnaden die blijven staan; en een ruwe geometrie, zonder lijstwerk of verzachting.

De namen die de markt structureren zijn De Puydt, Defour, Chapo, Evans, Jean Touret. Maar het grootste deel van de productie is anoniem, uit Belgische en Vlaamse ateliers die de architecten van toen bedienden. Daar liggen vandaag de beste stukken tegen een redelijke prijs.

Dit meubilair past verrassend goed in heel lichte interieurs. Een gegutste eiken salontafel op een bleke vloer werkt als een geplaatste sculptuur: hij absorbeert het licht in plaats van het te weerkaatsen, en geeft een diepte die geen gelakt meubel voortbrengt.

Twee aandachtspunten. De massieve eik van die jaren werkt nog: vermijd vol zonlicht en niet-getemperde vloerverwarming. En controleer de lassen van metalen onderstellen, vaak met de hand gemaakt en soms nadien hersteld.

De Engelstalige markt zoekt actief naar brutalist furniture, terwijl de concurrentie op het Europese vasteland nog licht is: het is momenteel een van de meest dynamische segmenten van de twintigste-eeuwse meubelkunst.

Verwante stukken in de collectie

Verder zoeken

Het Journaal